Jantje zeurt al maanden dat hij een broertje wil.
Dan is zijn vader het zat en zegt:
“Kijk, hier heb je wat graszaad. Als je dat op de vensterbank legt, komt de ooievaar er vanzelf op af.”
Dus Jantje deed dat.
Een maand later kregen zijn buren een baby.
Bij het kraambezoek zegt Jantje enigszins boos tegen de buurman:
“Als u maar wel weet, dat het niet uw zaad was, maar dat van mijn vader!”