Het is open dag bij een school voor detective-opleidingen. Er staat een groepje mensen bij een leraar. Naast de leraar ligt een oud lijk. De leraar zegt:
“Om een top-detective te worden moet je twee dingen kunnen. Ten eerste moet je niet vies zijn van de dingen.”
Hij steekt zijn vinger in het lijk en likt hem af.
“Doe mij maar na.”
Iedereen steekt z’n vinger in het lijk en likt hem af.
“Ten tweede moet je ogen hebben voor details, dus: wie heeft gezien dat ik m’n wijsvinger erin stak en m’n middelvinger aflikte?”